Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW-2)

De NOW-2  wijkt op een aantal punten af van de regeling die gold tijdens het eerste tijdvak. Zo wordt het subsidietijdvak verlengd naar vier maanden en wordt de loonsom tijdens het tweede subsidietijdvak vastgesteld aan de hand van de loonsom in de maand maart. Een andere wijziging is dat de forfaitaire opslag bovenop de loonsom wordt verhoogd van 30 naar 40%.

De NOW 2.0 kent ook een aantal nieuwe voorwaarden. Zo mag een bedrijf dat gebruik maakt van de verlenging van de NOW en op grond hiervan een subsidie van 125.000 euro of meer, of een voorschot van 100.000 of meer ontvangt over dit jaar geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Voor concerns die hun omzetdaling op werkmaatschappijniveau willen berekenen, geldt een dergelijke voorwaarde al voor de NOW-1, overigens zonder dat daarbij een grens geldt voor de hoogte van het ontvangen voorschot of de subsidie. Deelname aan de NOW-2 betekent ook dat de werkgever een inspanningsverplichting heeft om zijn werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te gaan doen, zodat werknemers zich kunnen aanpassen aan de nieuwe economische situatie.

Lees hier de gehele brief die minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stuurde aan de voorzitter van de Tweede Kamer.