Sociaal beleid en de Miljoenennota

De belangrijkste punten uit de Miljoenennota voor onze sector op het gebied van sociaal beleid zijn:

Wet arbeidsmarkt in balans

Dit wetsvoorstel moet nog dit jaar naar de Tweede Kamer gaan. De inhoud bevat een aantal reparatiepunten (zoals het kunnen benutten van een combinatiegrond bij ontslag), de keten van tijdelijke contracten gaat naar drie, maar het bevat ook maatregelen die flexibele en tijdelijke contracten duurder maken, onder andere door de inzet van premiedifferentiatie en ontslagvergoeding vanaf de eerste werkdag.

Wet DBA

In de Miljoenennota wordt nog eens herhaald dat schijnzelfstandigheid moet worden bestreden, maar dat echte ondernemers niets in de weg moet worden gelegd. Zoals minister Koolmees in zijn brief aan de Kamer voor het zomerreces al aangaf, is het moeilijk om deze twee doelen goed in de wetgeving op te nemen. Er wordt een commissie ingesteld die moet bekijken of ons huidige stelsel nog aansluit op de arbeidsmarkt van nu en de toekomst.

Pensioenstelsel

Het kabinet zet in op een gedragen SER-advies over een toekomstig pensioenstelsel. De verwachting is dat dit op korte termijn gerealiseerd kan worden. Belangrijke onderdelen in een nieuw pensioenstelsel zijn: een beter vooruitzicht op verhogen van de pensioenen op korte termijn voor deelnemers en gepensioneerden, een transparante relatie tussen inleg en opbouw met leeftijdsonafhankelijke premies met goede waarborgen zodat dit duurzaam is met langdurige stabiele premies.

Wijzigingen transitievergoeding

Vanaf 1 januari 2020 komt er een verruiming van de aftrekmogelijkheid van inzetbaarheidskosten. Dat betekent dat gemaakte (scholings)kosten verrekenbaar zijn met de transitievergoeding indien deze gemaakt worden voor een andere functie in het bedrijf. In de tweede plaats volgt per 1 april 2020 uit het wetsvoorstel transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden en langdurige arbeidsongeschiktheid, dat compensatie van de betaalde transitievergoeding zal gaan plaatsvinden met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015. In de derde plaats zal geregeld gaan worden dat compensatie van de transitievergoeding gaat plaatsvinden bij ontslag vanwege het staken van de bedrijfsvoering of bij arbeidsongeschiktheid.

Loondoorbetaling bij ziekte

Dit najaar komt minister Koolmees van SZW met voorstellen om de lasten en risico’s van loondoorbetaling bij ziekte, voor met name mkb-bedrijven, te beperken. In de begroting van het ministerie staat dan ook opgenomen dat het kabinet ‘(kleine)’ werkgevers wil ontlasten op het gebied van ziekte, zonder de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen te laten oplopen’.

Leven lang ontwikkelen

Dit najaar zal minister Koolmees van SZW met de uitwerking van de plannen hiervoor komen. Inzet zal zijn om het faciliteren van werknemers en werkgevers voor een leven lang leren beter vorm te geven. Werknemers zullen zelf meer de verantwoordelijkheid moeten (kunnen) nemen voor een goede en blijvende arbeidsmarktpositie.

Regelingen rondom verlof

Met de Wet invoering extra geboorteverlof (wieg) krijgen partners per 1 januari 2019 na de geboorte een hele werkweek volledig doorbetaald verlof. Zij mogen dat meteen opnemen of in de eerste 4 weken na de geboorte. Daarnaast regelt deze wet dat partners vanaf juli 2020 binnen zes maanden na de geboorte nog vijf weken extra verlof kunnen opnemen tegen een uitkering van 70% van het loon. Het UWV vergoedt dit aan de werkgever. Het adoptie- en pleegouderverlof wordt per 1 januari 2019 verlengd van vier naar zes weken.

Arbeidsomstandigheden

In het regeerakkoord zijn extra financiële middelen vrijgemaakt voor de Inspectie SZW en die zullen in 2019 en de jaren daarna worden ingezet. Zo’n 60% van deze middelen gaan naar eerlijk werken, zoals het bestrijden van schijnconstructies.

Premies Zorgverzekeringswet

De inkomensafhankelijke zorgpremie die werkgevers moeten betalen voor hun werknemers gaat van 6,90% in 2018 naar 6,95% in 2019. Deze premie geldt in 2019 over de eerste 55.923 euro van het brutoloon. Dat betekent dat werkgevers voor iedere werknemer tot maximaal 325 euro per maand bijdragen aan de financiering van de gezondheidszorg.