Reparatie van NOW1

De NOW-regeling wordt op een aantal punten – overgang van onderneming, loonsombepaling, accountantsverklaring – met terugwerkende kracht gerepareerd. Ook wordt de datum waarop een aanvraag ingediend kan worden voor het vaststellen van de NOW-subsidie (dus niet het voorschot) verschoven van 1 juni naar 7 september. Vanaf dat moment heeft de werkgever 24 weken de tijd om de aanvraag te doen.

Bedrijven die in 2019 of begin 2020 een ander bedrijf hebben overgenomen, vielen soms tussen wal en schip bij het aanvragen van de NOW. Dit kwam doordat de vergelijking tussen de omzet en de loonsom over de afgelopen maanden en vorig jaar (toen het bedrijf nog kleiner was) niet representatief was. Dit wordt nu gerepareerd door de driemaandsperiode in 2020 niet meer te vergelijken met 25 procent van de jaaromzet in 2019, maar ook de mogelijkheid te bieden om de omzet te nemen vanaf het moment van de overgang in 2019 tot uiterlijk 1 februari 2020, omgerekend naar drie maanden. Dit is vergelijkbaar met de regel zoals die al was voor ondernemers die net waren gestart in 2019 of in januari 2020. Voor hen geldt dat de omzet in de driemaandsperiode in 2020 wordt vergeleken met de maanden vanaf het begin van de bedrijfsuitvoering in 2019 tot en met februari 2020 omgerekend naar drie maanden.

Ook voor ondernemingen die tijdens de winter veel minder personeel in dienst hebben geldt met terugwerkende kracht een alternatieve rekenmethode. Die houdt in dat de loonsom van maart tot en met mei gebruikt kan worden voor de aanvraag mits die driemaal hoger is dan drie maal de loonsom in januari. De loonsommen van april en mei worden gemaximeerd op het niveau van maart. Op die manier wordt beter rekening gehouden met het omzetverlies in de normaal gesproken drukke maanden en komen seizoensbedrijven alsnog in aanmerking voor de NOW-subsidie.

De aanpassing werkt als volgt: indien de loonsom van maart tot en met mei hoger is dan de loonsom van driemaal januari wordt de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidiehoogte bij vaststelling. De loonsommen van april en mei worden vervolgens gemaximeerd op de loonsom van maart (peildatum 15 mei). Hiermee gaat het totale subsidiebedrag voor de werkgever omhoog. De aanpassing leidt enkel tot aanvullende compensatie bij subsidievaststelling, de bevoorschottingssystematiek van de NOW wordt niet aangepast. De aanvullende tegemoetkoming zal na afloop van de subsidieperiode, maar niet eerder dan september, tot een uitbetaling leiden.

De nieuwe rekenmethode geldt automatisch voor alle werkgevers met een hogere gemiddelde loonsom in de periode maart tot en met mei dan tijdens de maand januari (inclusief maximering). Dit is karakteristiek voor een seizoensbedrijf, zoals een strandtent met meer vast personeel in de vroege lente dan in de winter. Deze oplossing helpt overigens ook andere bedrijven en organisaties die een hogere loonsom hebben in de maanden maart, april en mei dan in januari.

In de NOW wordt de subsidie gebaseerd op een loonsom met januari als referentiemaand en de loonsom van maart tot en met mei. De achterliggende gedachte hierbij is dat werkgevers zo worden gestimuleerd om de werkgelegenheid te behouden op (minimaal) het niveau voorafgaand aan de Coronacrisis. De loonsom van de maand januari 2020 biedt hiervoor het meest betrouwbare beeld.

Echter: wanneer de werkgever in januari een dertiende maand heeft uitgekeerd, vertekent dat. Immers, het niveau van de loonsom is hoger dan de werkgelegenheid die daar tegenover staat. De verplichting om de loonsom voor maart tot en met mei op hetzelfde niveau te houden als januari pakt dan nadelig uit. UWV zal daarom bij de vaststelling van de subsidie (dus achteraf) een eventuele dertiende maand of andere extra periodieke salarissen nu uit de loonsommen ‘filteren’. Hiermee wordt voorkomen dat werkgevers enkel vanwege de betaling van een dertiende maand in januari de NOW-subsidie moeten terugbetalen.

Voor vaststellingen onder de 125.000 euro zal geen accountantsverklaring gevraagd worden. Om werkgevers daar nu al helderheid over te geven wordt nu bepaald dat bedrijven die een voorschot hebben ontvangen van 100.000 euro (= 80 procent van de vaststelling) of hoger een accountantsverklaring zullen moeten overleggen.

Daarnaast zal bij het verzoek om vaststelling van een subsidie met een voorschot tussen de 20.000 euro en 100.000 euro een verklaring van derde afgelegd moeten worden. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een administratiekantoor, financieel dienstverlener of brancheorganisatie. Deze derde zal dan de omzetdaling moeten bevestigen.