Minister Koolmees stelt handhaving Wet DBA verder uit – Handhaving wordt uitgebreid

Op 9 februari 2018 informeerden Minister Koolmees en Staatssecretaris Snel de Tweede Kamer over hun plannen voor de Wet DBA.

In die brief hebben zij een ‘roadmap vervanging DBA’ opgenomen.

Bij de voorbereiding op de nieuwe wetgeving voor het werken met ZZP’ers worden partijen in de praktijk betrokken. Het NUV levert daarin ook zijn bijdrage om specifiek voor de belangen van de uitgeverijbranche op te komen. De regering streeft ernaar om de Wet DBA per 2020 te vervangen. Dat lijkt een ambitieuze doelstelling, dus het is de vraag of die termijn gehaald kan worden. Medio 2018 moeten de hoofdlijnen van de nieuwe wet worden gepresenteerd. Een concrete oplossing is dus nog niet op korte termijn in zicht en een versnelde invoering van de opt-outregeling komt er ook niet.

Minister Koolmees heeft aangekondigd om dit jaar alvast de praktijk te gaan informeren over wanneer sprake is van een gezagsverhouding. Tegelijkertijd worden de handhavingsmogelijkheden uitgebreid. Eerder was aangekondigd dat de Belastingdienst tot 1 juli 2018 alleen zou handhaven bij ‘evident kwaadwillenden’. De minister breidt tot 1 januari 2020 de handhavingsmogelijkheden uit tot gevallen, waarin is voldaan aan alle drie de volgende voorwaarden.

  1. Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking
  2. Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
  3. Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

De Belastingdienst heeft in die gevallen dus nog steeds een verzwaarde bewijslast.

Het NUV adviseert zijn leden gebruik te (blijven) maken van de door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten. Bij gebruik van die overeenkomsten is het zeer onwaarschijnlijk dat de Belastingdienst kan aantonen dat achteraf sprake was van evidente én opzettelijke schijnzelfstandigheid als er toch een dienstbetrekking blijkt te bestaan.